Wie ben ik 1980 - 2000

 

Wie ben ik: Vervolg 1980-2000

1980-1994 Mijn jaren in de kast.

 

1983 Ik moest in milllitaire dienst

Na dit jaar dan toch maar, mede onder zware druk van mijn ouders, naar de Wenkenbach MTS afd. Elektrotechniek in Beverwijk gegaan. Ik was alleen totaal niet gemotiveerd. De MTS was veel theoretischer dan de LTS. Van wiskunde snapte ik totaal niets meer. In de eerste klas bleef ik dan ook zitten. Op zich was het wel gezellig op deze school en De praktijklessen van dhr. Sjef Spijker staan me nog goed bij. Het was een apart geval. Ook de leraar Duits had het zwaar. Hij kon totaal geen orde handhaven in de klas. Hij strooide met tweeën en drieën waardoor niemand hem meer serieus nam. Maar om nu te zeggen dat ik veel heb opgestoken op deze school, nou nee. Als je totaal geen idee meer hebt wat je wilt en ook nog depressief bent dan snap ik eigenlijk niet wat ik daar deed. Toen ik voor de tweede keer de eerste klas had gedaan, kon ik de vakken wiskunde en natuurkunde gelukkig laten vallen. Achteraf niet echt slim want voor elektrotechniek en elektronica heb je deze vakken wel heel hard nodig. Het jaar daarna ging het ook niet echt goed, Want aan het einde van het 2e jaar bleef ik weer zitten. Toen moest ik van school af. Want de dienstplicht riep. Ik kreeg geen uitsel meer en werd dan ook opgeroepen. Eigenlijk zou ik vrijgesteld moeten worden vanwege broederdienst. Ik had toch 2 oudere broers. Maar dat ging voor mij natuurlijk niet op. Ron mijn oudste broer (lichting '56) hoefde helemaal niet op te komen. Fred mijn andere broer (bouwjaar '57) had vrijstelling voor school en ging daarna meteen trouwen en hoefde dus ook niet. Dus ik was de "lul". Ik dacht dat ik wel afgekeurd zou worden omdat ik slechte ogen (-5) had. Maar waar ik voor machinist werd afgekeurd werd ik voor het leger goedgekeurd. Bij de keuring mocht je opgeven welk onderdeel je wilde. Ik had de luchtmacht opgegeven. Zeker niet bij de marine, ik had namelijk niks met water. En prompt werd ik opgeroepen voor de marine. Ik heb toen bezwaar gemaakt en werd toen geplaatst bij de landmacht. Eigenlijk wilde ik helemaal niet in dienst. Maar ja, moest ik dan weigeren en dan......!? Achteraf had ik misschien moeten zeggen dat ik homo was, dan hadden ze mij vast niet willen hebben. Maar ja, toen was ik zelf nog niet zover. Het zat me echt niet mee in dit leven. Wilde ik nog wel verder.

Duitsland 1983 Meteo 1 staf  Ik zit in het midden op de grond.

Op 1 maart 1983 moest ik me melden op de Cort Heijligers Kazerne in Bergen op Zoom. Met lood in mijn schoenen toog ik op die datum met de trein richting het zuiden. Wat was ik zenuwachtig. Op zich viel het nog wel mee en maakte er het beste van, maar een week van huis was in het begin toch wel moeilijk voor mij. Wat ik wel leuk vond dat ik op een rijschool voor vrachtwagens was geplaats. Dat viel dan toch weer mee. Toen ik mijn groot rijbewijs gehaald was (na 2 maanden) werd ik overgeplaatst naar Ltn. Tonnet kazerne in t' Harde. Ik kwam daar bij artillerie meetafdeling de 101 AMA. Ik kwam daar bij het peloton Meteo 1. Een aantal namen die ik nog weet van mijn mede pelotonleden: Robert Hakkesteegt, Erwin Docter, Jos Koggel, Siebolt Suurling, Bernhard Bakker, Rene van der Meijs, wachtmeester Folmer. Maar er zijn er nog wel meer die ik later hier aan toevoeg. Met Robert Hakkesteegt heb ik het meest opgetrokken. Hij was zo "gek als een deur", wat heb ik met hem gelachen. Lekker samen negatief zijn over de zin van het leger. In militaire dienst moest ik ook wel opletten dat ik niet teveel aandacht gaf aan de leuke jongens in mijn peloton. Ik denk dat niemand iets gemerkt heeft toen. Ik heb nooit toenadering tot iemand gezocht in die tijd. Ik wist toen ook nog steeds niet of ik wel een homo was. Ik had namelijk ook nog geen enkele ervaring met vrouwen. Het kon toch ook zo zijn dat de "gewone" jongens het zelfde voelde voor andere jongens als ik. Ik had geen vergelijkings materiaal en erover praten deed ik al helemaal niet. Ik was ook veel te bang om weer teleurgesteld te worden. Ik deed wel moeite om aardig gevonden te worden, vooral door de leuke jongens natuurlijk. Er werden in die periode ook veel grapjes gemaakt onder mijn mede pelotonleden over AIDS. Die nieuwe homoziekte werd dan gezegd. Ik durfde niet te vragen wat dat nu precies was, om maar niet de aandacht op mij te vestigen. Ik was natuurlijk wel nieuwsgierig, maar Google en internet hadden we toen nog niet. Dus dat heeft nog wel een poosje geduurt voordat ik erachter kwam wat het werkelijk was. Je snapt wel dat door deze informatie het uit de kast komen voor mij nog veel moeilijker werd. Er gingen toen allemaal indianenverhalen over hoe je besmet kon raken. Voor mij een reden om mijn gevoelens voor mannen nog meer te onderdrukken en weg te stoppen. De kast was een veilige haven voor mij.

    

Toch heb ik wel een leuke tijd gehad in militaire dienst (als je tijd dat je je stierlijk verveelde buiten beschouwing laat) Bij de 101 AMA was ik chauffeur/weerkundige. Dat hielt in dat we weerberichten maakten voor de artillerie. Dit ging met behulp van zenders en weerballonnen. Door de gegevens die deze weerballonnen uitzonden konden wij op de grond d.m.v. berekeningen een weerbericht maken. Best interessant. Het had ook voordelen want je had ook een aantal privileges. We hoefden nooit in een puptent te slapen of schuttersputjes te graven. We hadden altijd goed onderdak en goed eten. In de winter sliepen we tijdens een oefening in Duitsland soms in onze vrachtauto maar dan wel met de elektrische verwarming aan. Tijdens deze oefeningen in Duitsland brachten we ook een keer in het weekend een bezoek aan het ijzeren gordijn en concentratiekamp Bergen Belsen. Hierover en over mijn latere bezoeken aan de DDR lees je meer op de pagina Berlijn, de muur en de DDR. Op 1 mei 1984 zwaaide ik af.

 

Na mijn diensttijd wist ik eigenlijk niet wat ik moest gaan doen. Het eerste half jaar was het wel lekker om veel vrij te zijn. Ik werkte wel weer op de markt, maar dat was maar voor 20 uur per week. Op een bepaald moment begin je je toch te vervelen. Ik solliciteerde wel maar alleen gericht op mijn schoolopleiding elektrotechniek. Maar meestal werd ik afgewezen op mijn leeftijd. Ik was te oud en te duur om aangenomen te worden. Hallo, ik was pas 24 jaar. Ik had natuurlijk ook weer bij de NS gesolliciteerd, nu als conducteur. Ik werd afgewezen om dat ik niet sociaalvaardig genoeg was!!!!? Door al die afwijzingen krijg je toch een negatief zelfbeeld. Nu had ik dat van mijzelf al sterk ontwikkeld in mijn jongere jaren, dus kon dit er ook nog wel bij. Elke week een werkbriefje bij de sociale dienst inleveren, droeg daarin ook wel zijn steentje bij. Het kon me op een bepaald moment dan ook niet meer schelen wat voor werk ik zou gaan doen. Ik ging op alles wat los en vast zit solliciteren. Vleesrijder, gevangenisbewaarder, bij de Kwastenfabriek, enz. enz. Ik denk dat ik meer dan 100 sollicitatiebrieven geschreven heb. Een daarvan (juni 1985) schreef ik aan de gemeente. Ze zochten een belader/chauffeur. En wie schetst mijn verbazing. Ik mocht op gesprek komen. Ik op de bewuste dag naar de gemeentewerf gereden en melde me bij de secretaresse Mariska op kantoor. Het gesprek werd gevoerd met het hoofd van de afdeling Openbare Werken. Ze vroegen waarom ik gesolliciteerd had. Ik had ze maar verteld dat het mij leuk werk leek (je moet toch wat zeggen). Ze twijfelde wel. Ik had voor de functie van belader (of gewoon vuilnisman) wel een “te hoge” opleiding gehad. Tot mijn grote verbazing werd ik nog aangenomen ook. Op 1 augustus 1985 begon mijn echte loopbaan, als belader/chauffeur bij de gemeente. Wie had dat gedacht…….

Ik met bril 1967

Ik had toen ook al mijn tweede auto een Volvo 343 GL bouwjaar 1978 gekocht. Dit was een mooie auto. Lichtblauw metalic met sportstrepen. Ik reed daar elke keer mee naar mijn werk van Heemskerk naar Beverwijk. Dit was niet de Volvo die ik eigenlijk wilde. Dat was de Volvo 245. Maar deze was toen nog te duur voor mij. Na 10 maanden gewerkt te hebben bij de afdeling Openbare Werken kwam er een functie vrij bij de afdeling Elektrotechniek en Openbare Verlichting (OV) van de Gemeente. Omdat ik toch een elektrotechnische achtergrond had kon in intern solliciteren en werd direct aangenomen. Er waren intern ook geen andere kandidaten. In mei 1986 kon ik eindelijk mijn droom verwezenlijken om een echte Volvo 245 aan te schaffen. Een mooie blauwe uit 1981. Zie mijn Volvopagina. Ik heb bij de reiniging wel met heel veel plezier gewerkt achter de vuilniswagen maar ook als chauffeur. Vooral op woensdag met het ophalen van grofvuil was het leuk. De hele dag struinen in spullen die ander weggooiden en je werd er nog voor betaald ook. Ik heb heel wat goed zaken gevonden zoals o.a. campinggasflessen, antiek, zaagmachine enz. enz. Je kan het zo gek niet bedenken of je vond het wel een keer. Ik verbaasde mij wel dat de oudere medewerkers die vaak achter het stuur van de vuilniswagen zaten wilde altijd dat wij heel snel werkten. Zij konden dan elke dag om 14:00 uur bij het pontje van Buitenhuizen (Zaanstad) gaan zitten. En onder het genot van bier tot 16:00 uur daar bleven. Wij de jongere garde vonden dat in het begin wel spannend maar ook wel raar. Wij moesten ons uit de naad werken om dan van 14:00 tot 16:00 uur de anderen de mogelijkheid te geven om bier te drinken. Nu drink ik zelf bijna helemaal niet. Dus na een paar keer begon het toch wel te vervelen dat je daar 2 uur zit te niksen. Je wilt je collega’s niet verlinken, maar dit kon toch ook niet zo doorgaan. Het ging wel ten koste van ons. Vuilniszakken ophalen was toch wel zwaar werk. Op een bepaald moment vroegen wij, de jongere medewerkers of wij zelf met een eigen vuilniswagen mochten werken. Toen kwam het toch wel uit wat er gebeurde. Er zijn toen maatregelen genomen dat de 2 uur bij pontje Buitenhuizen niet meer kon. Wij de jongere medewerkers werden daar natuurlijk wel op aangekeken. Maar achter het stuur van een vrachtwagen met bier op, dat kon toch ook niet. Ik woonde in die tijd nog steeds bij mijn vader en moeder thuis. Ik wilde wel op mezelf wonen, maar ik kwam daar niet voor in aanmerking omdat ik niet genoeg punten had. Doordat ik bij de afdeling Elektrotechniek van de gemeente ging werken, moest ik ook storingsdienst lopen. Dit betekende dat je buiten werktijd oproepbaar was voor o.a. omgereden lichtmasten, storingen aan verkeersregelinstallaties en liften. Regelmatig werd je midden in de nacht uit je bed gebeld als er weer een dronken automobilist tegen een lichtmast was aangereden. Dit gaf toch wel problemen thuis bij mij vader en moeder. Zij werden dan ook vaak wakker. Voor mij en de gemeente een onwenselijke situatie. Ik kreeg daarom via het toen nog gemeentelijk woningbedrijf een flat aangeboden. Toen ik de sleutel had gekregen ben ik aan het schilderen en behangen gegaan. Toch leuk zo’n eigen plek.

 

Deze hele periode m.u.v. militaire dienst tot 1995 werkte ik nog steeds op de markt. In deze periode werd het bedrijf wel overgenomen door Klaas de Vrij uit Heemskerk. Dit werk deed ik gewoon naast mijn reguliere werk. Meestal ging ik na mijn werk direct door naar de markt. Leuk maar zwaar werk. Ik had ook leuke collega's zoals O, Wim, Jan, Rinus en Willem. Bij slecht weer en veel wind was het best hard aanpoten.

2 vierdaagse medailles van mij.

Vanuit de gemeente gingen we ook met aantal collega’s, naar de 4 daagse in Nijmegen. We hadden verzorging mee en overnachtte in de kantine en kleedkamer van Blauw Wit in Nijmegen. Echt heel erg gezellig. Er moest natuurlijk ook gewandeld worden. 4 x 50 km. Deat was minder en ook wel erg zwaar. Ik heb de eerste keer de wandeltocht uitgelopen ondanks de vele blaren op mijn voeten. Eigenlijk had ik maar 2 blaren een op mijn linker en een op mijn rechter voet. Zo groot waren deze blaren. Ik kon een week na de tocht bijna niet lopen. Het jaar daarop toch weer meegegaan. Na 2 dagen wandelen kreeg ik een ontsteking in mijn voet. Tijdens het aardappelschillen ging ik van mijn stokkie. In het ziekenhuis werd met een injectienaald vocht uit mijn voet gehaald ik ging bijna door het dak van de pijn. Ik kon toch zo echt niet verder. Het jaar daarna toch weer meegegaan. Deze keer ondanks de vele blaren de tocht toch uitgelopen. Daarna wel meteen besloten om nooit meer de 4 daagse te lopen. Ik ben nog wel een keer meegegaan in de verzorging voor de lopers. Wel de lusten niet de lasten zo voelde dat toen. Het was wel gezellig tijdens deze wandeltochten met alle collega's. Ik ben erg trots op mijn 2 medailles die ik heb. Ik weet wat voor moeite het mij gekost heeft om deze te halen.

In 1987 leerde ik ook een leuk meisje kennen. Zij kocht namelijk de Volvo 343 GL van mij. Ik kende haar al via via. Ik schreef haar een brief om een keer wat af te spreken. Zij reageerde daar positief op. Eigenlijk was zij het eerste meisje die ik echt wel leuk vond, ondanks al mijn twijfels die ik had. Op de een of andere manier voelde dit toch wel goed. Ik wilde dit ook graag en daarom ging het ook de goede kant op met deze relatie, want zo ontwikkelde zich deze dan ook. Toch knaagde diep onderhuids wel dat andere gevoel, maar daar deed ik toen niks mee. Het was wel dat zij meestal het initiatief toonde in de liefde en sex. Ik had dan ook nul ervaring met een vrouw, maar dat ging me ook steeds beter af naarmate de tijd verstreek. Na een aantal jaren deed zich de mogelijkheid tot samenwonen voor. Een paar vrienden gingen verhuizen naar een woonboot en door "woningruil" met mijn kleine flat konden wij hun grotere flat krijgen. Er hoefde niet veel aan te gebeuren, wat nieuwe vloerbedekking en een behangetjes konden we erin trekken. Voor mijn vriendin was het ook de eerste keer op haar zelf. Deze flat was echt ons thuis en ik dacht dat het allemaal wel goed zou komen.

 

Na een half jaar, mijn vriendin zat weer op school op de verloskundige opleiding, sloeg het positieve gevoel van de ene op de ander moment om. Ik was opeens gigantisch verliefd geworden op een jongen. Deze jongen kon ik al, maar toen hij een keer TV zat te kijken waar ik bij was, raakt hij door een film op de TV geëmotioneerd. Toen ik dat zag was ik meteen tot over mijn oren verliefd op hem. Maar ja. Hoe nu verder en is hij wel homoseksueel en hoe vertel ik het mijn vriendin. Moet ik het wel vertellen aan haar. In mijn verwarring werd het steeds moeilijker om mijn gevoelens in bedwang te houden. Zeker omdat hij in mijn kennissenkring zat en ik hem regelmatig tegenkwam. Daarvoor nam ik dan afstand van de betreffende persoon, om mezelf te beschermen en mijn gevoelens de baas te blijven. Ontlopen ging in dit geval niet. Deze verliefdheid was veel sterker dan ik ooit gevoeld had en ook heel anders dan mijn liefde voor mijn vriendin, want die was er zeker ook. Ik werd er gek van. Als ik alleen thuis was zat ik vaak trillen op de bank. De gevoelens werden dan zo hevig dat ik moest weten waar de jongen was en waar hij naar toe ging. Het was zo erg dat ik niet meer thuis kon blijven. Ik reed dan naar zijn huis en keek door de ramen of hij er was en of z'n auto er stond. Dan was ik weer gerust gesteld en ging ik weer naar huis. Hij werd gewoon een obsessie voor mij. De hele wereld om mij heen stortte voor mijn gevoel in elkaar. Ik kon niemand vertellen over mijn gevoelens, bang om mijn ware ik te tonen.

 

Ik voelde me opgesloten in mezelf. Mijn vriendin had wel in de gaten dat er wat was en vroeg dat ook, maar ik wuifde dat weg. Dit ging enige tijd zo door. De reacties werden steeds heviger en ik dacht er zelf aan om een einde aan mijn leven te maken. Ik schreeuwde inwendig, maar niemand hoorde mij. Dit kon natuurlijk niet goed gaan. Toen ik een keer met mijn schoonmoeder op visite ging bij het ziekenhuis in Amsterdam, waar mijn vriendin een week interne stage had, heb ik het huilend aan mijn vriendin verteld. Mijn grootste geheim lag nu op straat. Zo voelde dat ook echt. Vanaf nu was ik aangeschoten wild en had het zelf niet meer in de hand. Hoe moest dit nu verder. Het toekomstbeeld samen met mijn vriendin was voor mij totaal weggevaagd. Ik kan me een beetje voorstellen wat mijn vriendin gevoeld moet hebben, maar ik denk dat ze toch nog een beetje hoop had, dat het allemaal wel goed zou komen.

 

De dag daarna heb ik mijn moeder gebeld of ze bij mij langs wilden komen. Ik het haar toen ook verteld. Wat deed dat pijn om het haar te vertellen. Mijn vader durfde ik het niet zelf te vertellen. Hij had in het verleden wel eens opmerkingen gemaakt over homo’s. Dat hij het vies vond en het niet zou accepteren. Daar ben je natuurlijk bang voor. Dat zijn wel zaken die het proces om uit de kast te komen niet echt versnellen. Mijn moeder huilde toen ze het hoorde, maar zei dat ik toch haar kind was en alleen maar hoopte dat ik gelukkig zou worden. Ze vond het ook jammer dat er geen kleinkinderen meer kwamen en dat ik voorzichtig moest doen om geen aids te krijgen. Mijn vader belde later op dat hij er geen probleem mee had, maar dat was toch iets te makkelijk gezegd bleek later.

 

Mijn vriendin van de schrik bekomen stelde voor om mij het persoonlijk aan haar broers en zusters te laten vertellen. In mijn schuldgevoel naar haar stemde ik daar mee in. Dat had ik niet moeten doen. Niet dat de reacties niet overwegend positief waren, maar het vertellen van je diepste geheim waar je tientallen jaren mee rondgelopen hebt aan de grote klok te hangen werkte averechts op mij. Ik stortte totaal in. Mijn jarenlange gevecht tegen homoseksualiteit eiste zijn tol. Ik wilde niet meer. Ik sloot me op. Ik wilde ook niet dat mijn vriendin bij mij zou blijven wonen. Het kon gewoon niet meer hoe erg ik dat ook vond. Ze ging weer bij haar vader en moeder wonen. We stonden allebei te huilen bij het afscheid. Wat voelde ik mij schuldig. Ze wees me er wel op dat ik hulp moest gaan zoeken en dat ik altijd op haar kon rekenen.

 

Toen ik op mijn werk huilend achter mijn computer zat, zag ik eindelijk in dat ik hulp moest gaan zoeken, mijn energie was gewoon op. Eerst bij de bedrijfsarts en die stuurde mij later naar een psychotherapeut. Ik kon voor mezelf gewoon niet accepteren dat ik homoseksueel was. Ik wilde gewoon niet zo zijn. Elke week op bezoek bij de therapeut. Soms wilde ik niet praten en ging ik zonder wat te zeggen weer weg. Andere keren vertelde ik al mijn problemen en frustraties ook m.b.t mijn vader. Met de hulp van deze therapeut (een vrouw) krabbelde ik heel langzaam uit het diepe dal waar ik in zat. Zij bracht alle “problemen” in kaart, zodat het allemaal weer een beetje te overzien was. De hele brei van gedachten en gevoelens in mijn hoofd en lijf waar in verstrikt was geraakt werd het beeld weer helder en mijn hoofd werd weer een beetje leeg.

 

Mijn acceptatie van mijn homo zijn werd ook steeds beter. Na meer dan een jaar had ik mijn laatste gesprek. Ik was “genezen”. Ik kon de wereld weer een klein beetje aan. Ook door de hulp van mijn ex vriendin, die mij altijd heeft gesteund en is blijven steunen. Ik ben haar daar nog steeds erg dankbaar voor. Ik vertelde mijn "probleem" daarna ook aan vrienden en collega's op mijn werk, die trouwens nooit wat gemerkt hadden. Eigenlijk reageerde iedereen wel positief.

1995 - 2000 Mijn nieuwe leven.

Mijn contactadvertentie in de Volkskrant

8 mei 1995 Deze dag veranderde mijn leven in een klap. Met de nadruk op klap. Ik had die dag al mijn moed bij elkaar verzameld en ging eindelijk wat doen met mijn homoseksualiteit. Ik ging een contactadvertentie zetten in de krant. Vanuit mijn werk fietste ik naar het kantoor van het dagblad in het centrum van Beverwijk om mijn contactadvertentie af te geven. Ik was erg zenuwachtig. Op de terug weg naar huis rond 17:00 uur fietste ik een beetje in gedachte verzonken richting de oversteek vanuit de Delleartlaan over de Plesmanweg. De Plesmanweg bestond toen nog uit twee rijbanen in beide richingen. Op de eerste rijbaan stond een file voor het stoplicht bij de Laan der Nederlanden. Er stonden al wat fietsers te wachten om over te steken. De auto’s in de file lieten de fietsers tussen de rij auto’s door gaan. Dat zag ik en fietste er direct achteraan. De fietsers stopte echter bij de tweede rijbaan, omdat er toch een auto aankwam. Helaas had ik dat te laat in de gaten en voor dat ik het wist volgde de klap. Een auto met een snelheid van tussen de 88 en 92 km/u (heeft de politie gemeten) schepte mij aan mijn linker zijde. Ik klapte in zijn voorruit en werd gelanceerd. 13 meter ben ik door de lucht gevlogen voordat ik op de grond klapte en doorrolde in de middenberm. Het was even stil. Even later boog er zich iemand over mij heen. Het was een politieman in burger die ik toevallig kende van de 4 daagse in Nijmegen. Ik zei “Hallo Peter, volgens mij is er iets fout gegaan". De politieman schrok omdat hij dacht dat ik die klap waarschijnlijk niet overleefd kon hebben. De politie man stelde mij daarna gerust. Maar goed ook. Ik bleek een verbrijzeld onderbeen te hebben, mijn arm uit de kom en een snee in mijn achterhoofd. Verder nog een groot aantal schaafwonden. Ik had ontzettend veel geluk gehad dat ik het er levend van afgebracht had.

 

In het ziekenhuis alweer een beetje opgeknapt en ik lig er alweer pittig bij 10 mei 1995

De ambulance was snel ter plekke. Tijdens het behandelen en op het brancard leggen moet ik geschreeuwd hebben van de pijn. Ik kan me er niets meer van herinneren …. Gelukkig. Ze vroegen wie ze konden bellen. Ik gaf ze het nummer van mij ex vriendin. Aangekomen in het ziekenhuis was zij dan ook de eerste die ik zag, voordat ik naar de OK zou gaan (Ik verbaas me nu nog hoe helder ik toen was, ondanks de pijnstillers die ik gekregen had). Ik vroeg haar namelijk direct om de contactadvertentie die ik net had weggebracht naar de krant te blokkeren. Ik had nu toch even wat andere dingen aan mijn hoofd. Even later kwamen ook mijn vader en moeder. Daarna werd ik naar de OK gebracht. Na een paar uur weer wakker geworden. Mijn arm zat weer in de kom en er was in mijn linker onderbeen een pen geslagen die boven mijn enkel en net onder mijn knie was vast geschroefd. En of dat nog niet genoeg was, had ik ook nog 17 hechtingen in mijn achterhoofd. De revalidatie begon al 2 dagen na het ongeval. Na 10 dagen mocht het ziekenhuis alweer verlaten.

 

De auto was totalloss

De automobilist (een jaar of 19) die mij had aangereden was ook nog langs geweest in het ziekenhuis. Hij verontschuldigde zich, maar dat wuifde ik weg. Ik nam hem niks kwalijk. Ik had zelf ook niet goed opgelet. De chauffeur kreeg wel "poging tot doodslag" aan zijn broek en heeft een aantal dagen in de cel gezeten. Grappig gegeven is dat de auto waar ik tegenaan gereden ben totalloss verklaard is, maar dat mijn fiets met een aantal nieuwe onderdelen nu meer als 15 jaar later nog steeds dagelijks gebruikt wordt door mij. Het was een ommekeer in mijn leven. Met krukken (en ijzeren pen) kon ik al snel weer staan op mijn verbrijzelde been. De eerste tijd ging ik in huis bij mijn ex vriendin, want trappen lopen in mijn flat dat ging nog niet. Bij mijn vader en moeder in huis was voor mij ook geen optie. Na weer twee weken kon ik weer naar mijn eigen huis. Dat was ook wel weer fijn. Het herstel van mijn been nam lange tijd in beslag. Het groeide namelijk niet goed aan elkaar. Na een half jaar hebben ze het opnieuw doorgezaagd en aan een kant van de pen de schroeven eruit gehaald. Hierdoor zakte het been wat beter op elkaar. Het vervolg was wel dat de stalen pen wat verder in mijn hielgewricht zakte en daardoor zoveel pijn veroorzaakte dat zonder krukken lopen niet echt meer ging. Het maakte me alleen niks uit.

 

Vakantie Harderwijk

Het besef dat ik voor het zelfde geld dood had kunnen zijn, gaf me nieuwe energie en het gevoel dat alle problemen die ik voor het ongeluk had, zoals depressiviteit en problemen met het accepteren van mijn homoseksualiteit eigenlijk direct voorbij waren. Ik zat opeens prima in mijn vel. Als je zo'n klap hebt overleeft ziet de wereld er echt compleet anders uit. Waar had ik me al die jaren druk over gemaakt. Het is gek. eigenlijk ben ik blij dat dit ongeluk mij is overkomen. Ik stond weer stevig met beide benen (nou ja bij wijze van spreken dan) op de grond. Ik had weer zin in het leven....! Ik was ondertussen wel weer aan het werk gegaan. Want het fietsen ging goed. De contact advertentie heb ik een aantal weken na mijn ongeval, op zaterdag 3 juni 1995 toch laten plaatsen. Ik heb daar tien reacties op gekregen. O.a. van een jongen uit Heerhugowaard. Een leuke aardige jongen bijna 10 jaar jonger als ik. Hij vond mij wel leuk en wilde wel meer. Maar om meteen een vaste relatie aan te gaan was voor mij een beetje te veel van het goede. Een relatie werd het dus niet, maar hij is wel meer als 10 jaar mijn beste vriend geweest. Na meer dan een jaar mocht eindelijk de pen uit mijn been. Wat een opluchting was dat. Ik was eigenlijk meteen pijnvrij en kon mijn nieuwe leven echt beginnen (hoewel dat eigenlijk al op 8 mei 1995 was begonnen). Dat wilde natuurlijk niet zeggen dat het makkelijk was om contact te maken met andere gelijk gestemde. Ik wilde nu ook wel uit gaan, maar waar moet je heen. Ik ging een keer in mijn eentje naar het COC in Haarlem, dit was een gewone bar maar dan speciaal voor homo’s en lesbo’s. Toen ik voor de deur stond durfde ik toch niet naar binnen te gaan. De drempel was gewoon nog te hoog. De grote vraag, wat tref ik daar aan…. 35 jaar was ik toen al. Ik kon het gewoon niet. Het eerst wat ik hierna ondernam was lid te worden van De Kringen. ik had hierover iets in de krant gelezen. Dit is een stichting die het mogelijk maakt voor homo’s en Lesbo’s om deel uit te gaan maken van een gespreksgroep. Deze gespreksgroepen komen dan bij elkaar bij iemand thuis een keer per maand. Ik meldde mij aan bij een gesprekgroep voor homoseksuele mannen in Haarlem. Eerst had ik een voorgesprek met Henk de kringleider. Gelukkig werd ik toegelaten. Dit was toch wel een verademing om er achter te komen dat er meerdere mannen waren zo als ik. Mannen die mijn gevoelens voor andere mannen begrepen en dat je daar gewoon vrijuit over kon praten. Helemaal geweldig. Leuk is ook dat je makkelijk in contact komt met anderen mannen. Hierdoor zijn echte vriendschappen ontstaan die tot op de dag van vandaag nog steeds verder gaat. Met deze nieuwe vrienden ging ik dan naar het COC in Haarlem. Want met meerdere mensen die je kent naar binnen gaan is een stuk makkelijker. Na een aantal keren daar geweest te zijn kwam ik er achter dat de bar op vrijwilligers draaide. Het leek me wel leuk om dat bar werk te doen. Het had 2 voordelen. Je was lekker bezig voor een goede zaak en je kon heel makkelijk in contact komen met de klanten. Goed voor mij omdat contact maken nou nog steeds niet mijn sterkste punt was. Daarnaast stond ik ook af en toe achter de muziek en kon ik lekker muziek draaien. Ik heb zelf een keer een ABBA avond georganiseerd. Echt top! ABBA is bij homo’s erg populair. Ik heb dit vrijwilligers werk een paar jaar met veel plezier gedaan. Helaas bleek vaak dat vrijwilligers niet op kwamen dagen voor hun bar dienst. De hadden een verkeerd idee bij vrijwilliger zijn.. vrijblijvend. Naast de Kring in Haarlem het ik ook nog 2 jaar een eigen Kring in Beverwijk gehad voor homo’s in de omgeving van Beverwijk. Maar naar 2 jaar ben ik daar weer mee gestopt omdat er te weinig mannen op af kwamen. Een aantal kringleden zijn toen overgestapt naar de Kring in Haarlem.

 

Kijk voor meer informatie over mij op de pagina Wie ben ik 1960-1980

 

<< Naar boven

Bergen op Zoom 1983 met mijn officiële tenue van het leger.
Ik samen met mijn moeder op de 4 tonner in Den Oever 1983
Op oefening in Duitsland met mijn dienstmaten v.l.n.r. Jos Koggel, Rene van der Meijs John Daniëls, ? , Erwin Dokter en ik. Vooraan zit Jan Felthuis. 1983
Tijdens mijn dienstplicht '83/'84 op oefening in Duitsland sta ik voor mijn "eigen"  4 tonner nr. 83 van de 101 AMA uit t' Harde. September 1983.
In mijn tentje (enkeldaks) alleen op vakantie in de DDR in 1985
Mijn eerste oomzegger  Michelle en ik, eerste kind van mijn broer Fred en Rieneke 1986
Mijn nichtje Anita en ik in 1987 eerste kind van Irene en mijn broer Ron.
Ik in de hoogwerker van de gemeente Beverwijk. 12 meter boven de grond.

 

Heemskerk 1991
Haarlem 29 juni 1996
Op het Rembrandplein 3 augustus 1997 tijdens de gaypride in Amsterdam.
Meelopen met een delegatie van het COC in Haarlem in de optocht t.g.v. Roze Zaterdag in Utrecht op 27 juni 1998.
Meelopen met een delegatie van het COC in Haarlem in de optocht t.g.v. Roze Zaterdag in Utrecht op 27 juni 1998.
Foto genomen in ons nieuwe huis. september 2000.
Mijn Peter tijdens onze eerste gezamenlijke vakantie in Schotland 2001
Mijn werkplek op het stadskantoor van Beverwijk 13 september 2002
Uitstapje naar Duinrell met Peter, Tim en Eline 2003
Peter, Rene Eline en Tim in november 2006
Peter en ik tijdens onze vakantie in New York september 2009
Bourtange 22 mei 2010
Seventiesparty ter gelegenheid van mij 50ste verjaardag 26 juni 2010
Foto van mij en een deel van mijn ABBA verzameling op zolder 28 maart 2012
René in de Keukenhof april 2016